Op de grens van het systeem

Helaas hebben de mensen geen benul van de betekenis die een bos heeft voor een volk.
Het bos is de wieg en de bakermat van het levend water, dat rusteloos het grootste gevaar voor de mens wordt als die zijn geboortegrond vernietigt.
Zonder bos geen water; zonder water geen brood;
zonder brood geen leven.
 Als je dat allemaal bekijkt, kom je vroeg of laat tot het inzicht
dat de huidige fiasco’s (ziekte en degeneratie) altijd te herleiden zijn
naar de fouten die teweeg worden gebracht in bodem, lucht en water.”
Viktor Schauberger (1885-1958)

Vanmorgen zag ik de documentaire ‘We feed the World’ van de Oostenrijkse regisseur Erwin Wagenhofer. Ik had deze al eens eerder bekeken in 2010. De soberheid waarmee de regisseur de stand van zaken in de wereldwijde voedselindustrie weergeeft, deed me opnieuw de kafkaëske trekken en marxistische vervreemding van het geïndustrialiseerd proces van onze voedselproductie inzien. Zo zie je onder andere dat de Europese Unie boeren met subsidies aanzet tot het verbouwen van meer en meer producten, die vervolgens op o.a. de Senegalese markt voor een schijntje gedumpt worden. De lokale boeren aldaar kunnen hun eigen oogst niet kwijt en verdwijnen noodgedwongen in de illegaliteit. Ook zie je kilo’s Braziliaanse soja aan de neus van de eigen hongerlijdende inwoners voorbijgaan om vervolgens aan ónze legbatterijkippen te worden gevoerd. De documentaire eindigt met een interview met de toenmalige CEO van multinational Nestlé, Peter Brabeck-Letmathe:

Water is de belangrijkste grondstof, maar toegang tot water mag niet gezien worden als een mensenrecht, is zijn verwoording van de houding van de multinational tegenover waterverbruik. De vraag “Moeten we de normale watervoorraad voor de bevolking privatiseren?” beantwoordt hij met: “Twee opties zijn mogelijk. De eerste is de mening van ngo’s. Ze willen dat water een basisrecht is voor iedereen. Dat is natuurlijk wel een erg extreem standpunt. Een andere oplossing is dat water gewoon gezien wordt als een voedingsmiddel en marktwaarde heeft. Persoonlijk vind ik het beter als er waarde toegekend wordt aan een voedingsmiddel, zodat we met zijn allen beseffen dat er een kost aan verbonden is.”

Het idee dat de mens geen recht heeft op water, leidde destijds tot heel wat negatieve publiciteit. Toen de draagwijdte van zijn uitspraak duidelijk werd, kwam de toenmalige CEO erop terug in diverse nieuwe interviews.  Maar nogmaals werd beklemtoond en verder toegelicht dat alles een marktwaarde moet hebben en beheerd moet worden binnen een marktstructuur.

De vermarkting van water en land en de verdere financialisering van de daaruit voortkomende grondstoffen neemt de laatste twintig jaar drastisch toe. Na de mijnindustrie, een van de grootste wereldwijde waterverbruikers – zowel rechtstreeks als onrechtstreeks door de verontreiniging van watervoorraden – zijn frisdrankgiganten en waterbottelarijen grootafnemers waarbij het waterverbruik de afgelopen jaren zeer sterk is gestegen. Daar wordt echter weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Toch raken daardoor hele grondwatervoorraden uitgeput in verschillende delen van de wereld.

Sinds voorspeld werd dat tegen 2030 de vraag naar drinkwater met 50% zal stijgen, waarschuwen wetenschappers ervoor dat water op weg is ‘de nieuwe olie’ te worden. Volgens het Wereldvoedselprogramma en Unicef wordt geschat dat 780 miljoen mensen geen toegang hebben tot veilig drinkwater. Bovenop de waterschaarste wordt ook wateracquisitie – waarbij de multinationals op een vrij agressieve manier strijden voor nieuwe waterrechten en milieureglementeringen – een extra probleem voor de mensen in ontwikkelingslanden. De (fris)drankgiganten zoeken waterbronnen in gebieden waar de kleine, vaak landelijke gemeenschappen moeten optornen tegen een bedrijf dat veel macht en invloed heeft, en dat geldt zowel op financieel vlak als met betrekking tot advocaten en zelfs politieke steun.

Zo kwamen in de VS bewoners nabij de Rohr-bron in Big Rog Texas zonder water te zitten, enkele dagen nadat GreatSpring Waters of America, een dochterorganisatie van Nestlé, er in de jaren negentig startte met het oppompen van enorme hoeveelheden grondwater voor de bottelfabriek in Ozarka. De families spanden een rechtszaak aan, omdat het oppompen een inbreuk was op hun eigendomsrechten. De uitspraak van het Hooggerechtshof van Texas verraste velen: Nestlé werd op geen enkele manier aansprakelijk gesteld. Men had zich gebaseerd op een oude Texaanse wet – de zogenaamde ‘law of capture’ – die stelt dat grondwater eigendom is van de eigenaar van het bovenliggende land en dat deze het recht heeft op winning.

Een andere rechtszaak speelde zich af in de Braziliaanse regio Serra da Mantiqueira, bekend om haar Circuito das Aguas; dat zijn waterbronnen die rijk zijn aan mineralen en geneeskrachtige eigenschappen hebben. Het water is er hoog gemineraliseerd, omdat het gedurende honderden jaren gefilterd is door rotslagen. Dit gebied was ook de bron van het Pure Life-water van Nestlé. In de late jaren 1990 begon de multinational er zijn productie voor het bottelen van flessenwater.  Maar door het overmatig oppompen van water geraakten de lokale bronnen al snel opgedroogd. In 2001 spanden bewoners een rechtszaak aan, waardoor Nestlé in 2006 geen water meer mocht oppompen, omdat demineralisatie verboden is in Brazilië. Volgens de onafhankelijke onderzoeksgroep Corporatie Watch lijkt het er echter op dat Nestlé de voorraad van het lokale mineraalwater heeft opgebruikt. De overmatige onttrekking van water binnen amper een decennium zal nog lange tijd weerslag hebben op de kwaliteit van het water in deze regio.

Deze voorbeelden van Nestlé vertellen een groter verhaal van een ecologische vernieling die vandaag de dag alle landen en sectoren overstijgt.

De huidige ecologische toestanden op diverse plekken op onze aarde maken een dieperliggende trend zichtbaar, die invloed heeft op de hele wereld – zoals de uitstoting van biosferische elementen uit hun leefruimte – ongeacht de lokale politiek-economische structuur of het soort milieuverontreiniging. Als je deze histories van destructie op afstand bekijkt, wordt er een algemene conditie helder: een keten van globaal verspreide dode stukken land en water in het weefsel van de biosfeer.

De Russische stad Norilsk, gelegen ten noorden van de noordpoolcirkel in Siberië, huisvest de grootste smeltfabriek ter wereld voor nikkel. Volgens het Blacksmith Institute, een Amerikaanse organisatie die zich bezighoudt met vervuiling-gerelateerde milieuprojecten, werd in 2007 ongeveer 1.000 ton koper- en nikkeldeeltjes uitgestoten, evenals 2 miljoen ton zwaveldioxide. In 1999 werden verhoogde koper- en nikkelconcentraties opgetekend in de bodem in een straal van 60 kilometer rond Norilsk.
Norilsk is een giftige stad geworden, “waar de sneeuw zwart is, de lucht ruikt naar zwavel en de levensverwachting van de fabrieksarbeiders tien jaar lager ligt dan het Russische gemiddelde”.

In het Indiase mijndistrict Sukinda waar in meer dan 90% van de landvoorraden chroom te vinden is, waren in 2008 meer dan tien open mijnen actief. Maar geen enkele mijn volgde een doordacht afval- of milieubeleid, en er werden ook geen reglementeringen of milieuwetgeving opgelegd van hogerhand. Het zeswaardig chroom, en die vorm is zwaar kankerverwekkend en giftig voor de mens, wordt in Sukinda gewonnen aan de oevers van de rivier Brahmani, en dat is de enige waterbron voor de 2,6 miljoen inwoners van de vallei van Sukinda. Het oppervlaktewater bevat 3,4 milligram chroom per liter, en dat ligt ver boven de norm van 0,1 milligram per liter; 60% van alle drinkwater is besmet. Er is sprake van een wijdverspreide chroomvergiftiging: meer dan 80% van de sterfgevallen in het mijngebied is het gevolg van chroomvergiftiging.

In de huidige tijd van privatisering, liberalisering en economische globalisering verkrijgen multinationale bedrijven meer en meer macht en ontwikkelt er zich een wereldwijd netwerk van haute finance dat maar één doel heeft: extreem veel winst maken.
De financieel-economische global players zijn niet langer geïnteresseerd in een mondiale economie die steeds meer mensen een plaats geeft. Integendeel, bevolkingsgroepen die niet bijdragen tot de winstproductie, landen die niet passen in het plaatje, natuur op de verkeerde plaats, stoot het systeem gewoon uit. En wanneer de grond uitgedroogd, uitgeput of vervuild achterblijft, heeft het nieuwe mondiale netwerk er geen probleem mee dat er dode mazen zijn ontstaan.

Maar kunnen we als burger de dreiging van deze mondiale elite, de globale bedrijven -meedogenloos mensen, land en natuur verdrijvend, op zoek naar het laatste procent rendement – afwenden?

Volgens Dirk Holemans, Belgisch politicus en coördinator van Oikos – Denktank voor sociaal-ecologische verandering, kunnen we de dreiging enkel afwenden wanneer wereldwijd mensen zich organiseren voor een betere wereld. Waren de voorbije twee eeuwen die van de sociale strijd en haar verworvenheden, dan ligt nu het tijdperk voor een massale sociaal-ecologische strijd voor ons. Een strijd voor het behoud van natuur en cultuurlandschappen waar mens en natuur al eeuwenlang hand in hand gaan. Een zoektocht naar een nieuwe sociale kringloopeconomie, die ons wegvoert van de fase die was gebaseerd op het leegroven van de natuur en waarin economische groei steunde op steeds meer produceren en consumeren.

Het is dit economische paradigma dat we moeten ont-groeien naar een economisch model dat de draagkracht van de mens en planeet als uitgangspunt neemt. De sociaal-ecologische strijd is volgens Holemans al bezig is. Je hoeft niet ver te zoeken om een beweging te vinden waar je je bij kunt aansluiten. Denk aan de energiecoöperaties die in heel Europa als paddenstoelen uit de grond schieten. Deze coöperaties kopen gezamenlijk zonnepanelen in of zetten een biogasinstallatie op. Honderden energiecoöperaties in Duitsland doen de klassieke grote energieconcerns op hun grondvesten wankelen. De coöperaties willen bijdragen aan een afname van de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen, mede met het oog op het broeikaseffect en de klimaatverandering.

Alle technieken om onze wereld te verduurzamen zijn voorhanden. We kunnen kiezen voor ondernemende en investerende overheden die samen met ngo’s en burgers gaan voor de massale aanplanting van bossen, voor de uitrol van een ambitieus programma van energiebesparing en van hernieuwbare energie, voor een agro-ecologische omwenteling in de landbouw. Landen als Costa Rica, Belize en Nieuw Zeeland hebben nu al het boren naar nieuwe reserves van fossiele brandstoffen verboden. Een grote oliereus als het Deens DONG (Dansk Olie of Naturgas) vindt zichzelf opnieuw uit als het groene bedrijf Ørsted, wereldleider in de bouw van windturbines.

Bedrijven die vooroplopen in verduurzaming scoren veel beter op de beurs dan bedrijven uit de fossielebrandstoffensector. Er is dus hoop. Maar dat neemt niet weg dat er een nog veel grotere versnelling nodig blijft. De totale waarde van fossiele investeringen die kunnen stranden, wordt geschat rond de 9 biljoen dollar. Voor investeerders loont het nu al om fossiel te dumpen. Het is simpelweg veel goedkoper om klimaatverandering aan te pakken dan het te laten gebeuren. Met elke ton CO2 die we niet uitstoten, besparen we de wereldeconomie van de toekomst naar schatting 400 dollar aan kosten. De circulaire economie biedt ons de kans om alle materialen die we nodig hebben voor de groene revolutie, in voldoende hoeveelheden te recyclen.

Individuele acties of betogingen kunnen ook opbrengst leveren, maar langdurige collectieve inspanningen blijven nooit zonder resultaat. Kijk naar grote voorbeelden van activisme als de strijd tegen de slavernij, de strijd voor de emancipatie van vrouwen en de globale impact van de Black Lives Matter-demonstraties. Ook zelf anders gaan leven, levert een reële bijdrage: eet meer planten en geen of minder vlees; kies thuis voor echte groene energie; koop biologische en duurzame producten en vergroen je reispatroon.

Pandemie legt een falend systeem bloot

De coronacrisis legt de structurele fouten van het huidige economische systeem nog nadrukkelijker bloot. Mondiale productie- en bevoorradingsketens functioneren niet als de nood het hoogst is, maar ook dan gaat de uitbuiting door ‘flexibele’ jobs hier en elders gewoon door. Besparingen in de zorg maken dat mensen er zich nu driedubbel moeten plooien. Mensen in armoede verkeren in nog grotere nood. Wie weggezet wordt als buitenstaander, blijft onzichtbaar. Zonder sociale zekerheid en nieuwe solidaire burgerinitiatieven zou de corona-ellende nog groter zijn.

De kredietcrisis van 2008 toonde al aan dat het huidige systeem niet (langer) in staat is om welvaart, welzijn, gezondheid en vrijheid te garanderen voor het gros van de wereldbevolking. De huidige financiële injecties mogen ons niet opnieuw voor tien jaar vastzetten in een door financieel kapitaal gedomineerde of door fossiele brandstoffen aangedreven industrie en economie. Toekomstgericht beleid moet worden ingezet om een rechtvaardige transitie mogelijk te maken en te versnellen. Deze tijd moedigt nog nadrukkelijker aan om samen goedaardige formaties op te bouwen die ontwikkelingspaden naar meer levens- en omgevingskwaliteit uitzetten.

Aan het einde van de documentaire realiseerde ik me op deze druilerige zondagochtend dat Wagenhofer uiteraard wel stuurt door zijn script, maar voor het overige alle beoordeling en veroordeling overlaat aan mij als kijker. ‘We feed the World’ slaat niet door in het moralistisch zoeken naar de schuldige, wijst geen bad guys en good guys aan, maar wijst hooguit naar onszelf als consumerende toeschouwers. Het ongemakkelijke gevoel waar Wagenhofer me in achterlaat, duwt me naar een nieuw inzicht dat een mondiale sociaal-ecologische revolutie nooit tot stand zal komen door louter rationele argumenten. Het kijken naar deze documentaire wekte schaamte bij me op. Slavernij, de eeuwenlange patriarchale onderdrukking van vrouwen, het Nederlandse kolonialisme, het afbinden van vrouwenvoeten in China en nog wel meer excessen, waren tijdenlang ook de ‘gewoonste zaak’ van de wereld, maar wekten van het ene op het andere moment schaamte op. Ze waren niet langer eervol. Willen wij dus iets veranderen in de wereld dan moeten we ons juist nu richten op precies die gevoelens van eer.

Een lichtpuntje dat mijn troebele gedachtenwolken vandaag doorbreekt is het inzicht dat door de geschiedenis heen grote crises steeds de voorboden waren van grote maatschappelijke veranderingen. Na de Eerste Wereldoorlog kwam er dankzij de sociale beweging de achturige werkdag en het algemeen kiesrecht. De Grote Depressie in de jaren dertig bracht in de Verenigde Staten de New Deal.

In deze tijden van pandemie in 2020 is er nood aan een nieuw soort overeenkomst, een Green New Deal of sociaal-ecologisch pact, waar burgers, overheden, multinationals, ondernemers, burgerbewegingen en vrijwilligers hun verenigde schouders onder kunnen zetten. Dat zou een dynamiek kunnen creëren die vooruit stuwt.

Viktor Schauberger was natuurziener, wetenschapper en één van de eerste Europese natuuronderzoekers die waarschuwde voor de gevolgen van intensieve exploitatie van water, bossen en landbouwgrond. Samen met zijn zoon Walter stichtte hij in 1949 de eerste Oostenrijkse ecologische beweging het “Grüne Front”. Hij was fel gekant tegen kernenergie, ontbossing en het beïnvloeden van de loop van de rivieren. Tientallen jaren wijdde Schauberger zich aan verschillende onderwerpen zoals water en waterhuishouding, maar ook aan bosbouw en het afsterven van bossen, landbouw en landbouwopbrengsten en de natuurlijke energiebalans van de aarde. Veel problemen waar we nu mee kampen voorspelde hij reeds een kleine eeuw geleden, zoals de klimaatproblemen veroorzaakt door onderbreking van de waterkringloop, de opwarming van de aarde en de toename van ziektes.

Zelfs in zijn tijd waren de eerste tekenen van verscheidene hedendaagse crises al aanwezig: “Bekijken we vandaag de wereld om ons heen, zo kunnen wij overal degeneratie en verval vaststellen. We worden met crisissen geconfronteerd die allemaal met elkaar te maken hebben: crisissen in het globaal evenwicht van het water, crisissen in de landbouw, energiecrisissen, … en het ergst van al: crisissen van de natuur zelf. De vraag kan gesteld worden: heeft wetenschap en politiek zich niet fundamenteel vergist? Hebben onze wetenschappers en politici de natuur wel begrepen?” – Viktor Schauberger (1930).

Ondanks de verbluffende praktische toepassingen van zijn theorieën kreeg Schauberger veel kritiek van academici. In zijn tijd was hij de enige voorstander van het herstellen van de natuurlijke meanderende loop van de rivieren. De kracht van zijn ideeën is nog altijd even sterk als toen hij ze ontwikkelde. Zijn overtuiging dat we de natuur als voorbeeld moeten nemen voor al ons handelen, wint meer dan zestig jaar na zijn dood – op de grens van het systeem – aan terrein, nu er geleidelijk – nadat velen inzien dat vinger van de oorzaak van deze crises vooral naar onszelf als consument wijst – in steeds meer mensen een verlangen ontwaakt dat oproept tot een dringend debat over een sociaal-ecologische heropbouw na de pandemie. Het lijkt op een bescheiden maar hoopvol ontluiken van een mondiale sociaal-ecologische revolutie, niet tot stand gekomen door rationele argumenten, maar als gevolg van verschuivende gevoelens van eer.

„In der Natur geschieht nichts zufällig.
Wir Menschen haben es in der Hand, die Natur zu kopieren,
 aber vorher müssen wir Sie kapieren,
um die guten Geister zu rufen.“

Viktor Schauberger

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *